Wat kan het Nederlandse parlement doen om de Europese besluitvorming te beïnvloeden? Minder dan een week voor de Nederlandse verkiezingen gingen Salima Belhaj (D66), Wim van de Camp (CDA) en Michiel van Hulten (PvdA) in gesprek over die vraag in wat uitdrukkelijk géén campagne-evenement was. Een verslag aan de hand van vier kijkersvragen. “Sinds Rutte III is er bij wijze van spreken niemand meer in Brussel geweest.”

1. Welk parlement heeft meer invloed op beleid, het Europees parlement of de Tweede Kamer?

“Als je kijkt naar Europese wetgeving heeft het Europees Parlement meer invloed, omdat het één van de drie grote spelers is in Brussel.” Aan het woord is oud-Europarlementariër voor de PvdA Michiel van Hulten. Hij zit voor het Europees Parlement. Nu ja, virtueel dan; het panelgesprek vindt plaats via Zoom. “Tegenwoordig is het zo dat bijna ieder wetsvoorstel instemming van het Europees Parlement en de Raad nodig heeft. Het Europees Parlement is echt een machtsblok van jewelste.” 

“Het Europees Parlement is echt een machtsblok van jewelste”

De Nederlandse Tweede Kamer heeft een speciale commissie voor Europese Zaken. Ondervoorzitter van die commissie is Salima Belhaj: “Het is een interessante vraag, maar ergens gaat ‘ie mank, omdat we bepaalde onderwerpen niet kúnnen regelen als Nederland. Je kunt wel zeggen: Nederland gaat we vuist maken op het gebied van tech naar China, maar dat heb je gewoon al verloren met honderd-nul”, aldus Belhaj, die sinds 2016 in de Tweede Kamer zit voor het pro-Europese D66.

“Bepaalde onderwerpen kúnnen we niet regelen als Nederland”

“Natuurlijk hebben nationale parlementen óók invloed, maar het is inderdaad lastiger om een vuist te maken als je dat niet samen met andere nationale parlementen doet”, beaamt van Hulten. “Dan is het 1 tegen de 26 andere en word je nauwelijks gehoord.”

European Parliament

Belhaj: “Economie, veiligheid, klimaat, en migratie zijn allemaal onderwerpen die nationale parlementen graag zelf willen bepalen, maar dat gaat niet. Het is een gezamenlijke opdracht. Gek genoeg zie je ook wel eens dat parlementen zich toe-eigenen dat ze dat in hun eentje moeten regelen, terwijl dat helemaal niet zo slim is.”

Van Hulten: “Ik denk daarom dat het belangrijk is dat nationale parlementen zich vooral richten op het beïnvloeden van hun eigen regering en zorgen dat die standpunten in Brussel uitdraagt waar ze zich in kunnen vinden. In plaats van te proberen om los van de eigen regering invloed uit te oefenen in Brussel. Je hebt veel meer kans van slagen als je Rutte of Hoekstra van je standpunt weet te overtuigen.”

Oud-Tweede Kamerlid en oud-Europarlementariër Wim van de Camp haakt in met een pleidooi voor een actieve Tweede Kamer. “We krijgen nu enorme budgetten vanuit Brussel, bijvoorbeeld uit het coronaherstelfonds. De Tweede Kamer maakt zich belangrijk als ze zich intensief bemoeit met de besteding van dat geld. Als ik nu in de Kamer zou zitten, zou ik heel graag willen weten wat het kabinet met dat geld doet.” Belhaj stelt hem gerust: “Na 17 maart (verkiezingsdag, red.) kan ik me voorstellen dat men zich daar in vast gaat bijten. Het zou zonde zijn als ons nationaal parlement niet denkt; hier is ook voor ons iets te halen.”

Het Europees Parlement gaat dus over Europese zaken, maar Tweede Kamerleden staan daarbij zeker niet aan de zijlijn;  ze bemoeien zich actief met de opdracht waarmee ministers naar Brussel gaan én hoe Europees geld in Nederland besteed wordt. En de Europarlementariërs dan? Welke invloed hebben zij op hoe Nederland zich opstelt in Europa?

2. Hoeveel invloed hebben Nederlandse Europarlementariërs op handel en wandel van het kabinet in Brussel?

Van de Camp is resoluut: “Als jouw partij in de coalitie zit, trekt een nationaal parlement vaak aan langste eind.” Van Hulten onderschrijft dat. “Als je partij landelijk in het kabinet zit, wordt er beter opgelet dat je probeert overal hetzelfde te zeggen omdat het anders moeilijk uit te leggen is aan de kiezer.” Ook hij kan de vergelijking trekken; gedurende zijn periode in het Europees Parlement (2005-2007) zat de PvdA zowel een periode in de oppositie als in het kabinet.

Maar volgens van de Camp betekent dat niet dat Europarlementariërs beter op hun handen kunnen gaan zitten als hun partij in Nederland meeregeert. “Als Europarlementariër hoef je niet ontmoedigd te worden. Regelmatig blijkt later dat jouw standpunt, dat nationaal is afgewezen, toch in een compromis van het Europees Parlement terugkeert.” Bovendien, stelt van Hulten: “Als je partij landelijk in de oppositie zit, verzwakt die discipline een beetje.”

Europese Samenwerking in de Tweede Kamer

Desondanks zeggen partijen landelijk niet altijd hetzelfde als in Europa. Van Hulten: “Een klassiek voorbeeld is de EU-begroting, waarover het Europees Parlement vaak een heel ander standpunt heeft dan nationale parlementen. Op zo’n moment kan er een clash zijn tussen fracties in Europa en in het nationale parlement. Landbouwbeleid is een ander voorbeeld waar wij als Eurodelegatie veel kritischer in stonden dan de PvdA-fractie in de Tweede Kamer.” 

De drie zijn het eens dat samenwerking tussen Kamerleden en Europarlementariërs van belang is. Van Hulten: “De meeste partijen zien in dat het verstandig is om zo nauw mogelijk samen te werken”, stelt van Hulten. “Omdat je EU-beleid maakt met een combinatie van het Europees Parlement en de Raad van Ministers. Als je wetgeving aangenomen wilt zien, heb je Raad én het Europees Parlement nodig. Samenwerking tussen nationale parlement en het Europees Parlement is een manier om dat voor elkaar te krijgen.”

Even soepel gaat die samenwerking niet altijd. Belhaj: “Er was de afgelopen jaren een hele krappe meerderheid in de coalitie. Daardoor zag je dat vaak alleen Eerste Kamerleden naar belangrijke bijeenkomsten konden gaan. Als je nauwelijks mensen hebt die naar Europese bijeenkomsten gaan, is dat funest voor je kennis, netwerk, en uiteindelijk je positie. Het was echt een groot probleem en ik hoop dat het na de verkiezingen anders zal zijn.” Van de Camp deelt die opvatting. “Sinds Rutte III is er bij wijze van spreken niemand meer in Brussel geweest. Omdat de coalitie in Den Haag op dinsdag moet stemmen. Als iemand de trein mist, dondert de coalitie in elkaar.”

“Sinds Rutte III is er bij wijze van spreken niemand meer in Brussel geweest

3. Zijn er voorbeelden van Europese besluitvorming waarin de Tweede Kamer een beslissende rol speelde?

Die vraag blijkt nog niet zo makkelijk te beantwoorden. Van de Camp: “Ik weet niet of je het aan de Tweede Kamer mag toewijzen, maar de Europese grondwet is in 2005 afgewezen door Nederland.” Van Hulten komt met een vergelijkbaar voorbeeld, waarbij niet zozeer de Kamer maar de Nederlandse kiezer hun stem lieten gelden in Europa. “Het associatieverdrag met Oekraïne werd verworpen in een raadgevend referendum, waardoor de Nederlandse regering werd gedwongen tot nadere uitleg van dat verdrag.”

Na even denken komt Belhaj met een duidelijker voorbeeld. “Tweede Kamerleden Sjoerdsma (D66) en Omtzigt (CDA) hebben het initiatief genomen voor een wet die de EU bevoegdheden geeft om tegoeden te bevriezen van mensen die mensenrechten schenden. Ze hebben vanuit Nederland een plan ingediend en alle lidstaten erachter gekregen, waardoor de EU sancties kan opleggen die heel effectief zijn.”

Van de Camp vult aan: “De nationale parlementen hebben ook de bevoegdheid om gele of oranje kaart uit te delen (om bezwaar te uiten tegen een wetgevingsprocedure, red.). Maar daarvoor moet je wel met andere nationale parlementen samenwerken. Het idee dat één Tweede Kamer het Europese proces even kan stopzetten…dan heb je in mijn ogen geen goed beeld van Europese samenwerking. We moeten ons meer realiseren dat je samenwerking tussen 27 landen, waarvan een kleine tien uit het zogenaamde ‘Oostblok’, niet doet op een achternamiddag.

“Samenwerken met 27 landen doe je niet op een achternamiddag”

Daarin hebben Tweede Kamerleden ook een rol, vinden de panelleden. “Onze politici leggen dat onvoldoende uit”, stelt van de Camp. Belhaj, het enige Tweede Kamerlid aan de virtuele tafel, voelt daarom een verantwoordelijkheid. “Veel mensen willen echt wel veel weten over Europa, maar dan moet je ze dat wel willen vertellen.”

Van de Camp heeft op dit vlak nog wel een appeltje te schillen met demissionair premier Rutte. “Iedereen weet nog wel het verhaal over de Chopin-biografie (premier Rutte las dat boek tijdens een belangrijke onderhandeling over de Europese begroting). Dat is, sorry voor het woord, zó onbeschoft. Als jij daar met 26, 27 leiders een eerste verkenning hebt over die onderhandelingen en jij zegt; blabla, daar doe ik niet aan mee, ik ga zitten lezen. Dat is klap in het gezicht van de Europese democratie.” 

4. Tot slot, welke mythe over Europese samenwerking zou je vandaag nog willen ontkrachten?

Daarop hebben alledrie meteen een antwoord. Salima Belhaj: “Dat er in de Tweede Kamer niet of nauwelijks wordt gesproken over wat er in Brussel gebeurt of in brede zin over Europa.” “Dat Europa alleen maar geld kost en Nederland alleen maar bijdraagt en er zelf niks aan heeft”, vult van Hulten aan. “Terwijl Nederland als handelsland bij uitstek baat heeft bij interne markt en er veel aan verdient.” Van de Camp: “Dat Europa en het Europees Parlement niet democratisch zouden zijn. Dat is niet eens een mythe, het is fake news.”

Dit artikel is een verslag van het panelgesprek ‘Europese samenwerking in de Tweede Kamer’, dat plaatsvond op 8 maart 2021. Het hele gesprek is hieronder terug te zien.


Leave a Reply