Expert interview: Rianne Letschert over het hoger onderwijs in tijden van corona

“Sorry dat ik je heb laten wachten, ik zat in een overleg”. Een paar minuten later dan gepland belt Rianne Letschert, rector magnificus van de Universiteit Maastricht sinds 2016. Haar (online) dagen beginnen ‘s ochtends vroeg en duren tot negen uur. “Aan het einde van de dag wil ik alle apparaten in de kliko gooien, maar da’s niet handig.” Want meer dan ooit is behoefte aan de eigenschap waar Letschert om bekend staat: leiderschap.

De zogenaamde Zoom-vermoeidheid is niet de enige ervaring die ze deelt met studenten. “Ik hoor van studenten dat ze gewend raken aan de online omgeving, maar alles wat studeren compleet maakt, is weggevallen. Het contact tussen werkgroepen door, bij het koffieapparaat, met docenten. Dat merk ik zelf ook. Alles is heel efficiënt. Je hebt geen loopmomentje, geen babbeltje, je kan niet even bij een collega naar binnen lopen.” Gedurende het gesprek uit Letschert herhaaldelijk haar bewondering voor de flexibiliteit van staf en studenten “Maar er zit een grens aan. Ik hoor van collega’s dat er na zo’n zeven weken een kantelpunt was: mensen zijn klaar met Zoomen, teamsen, noem het maar op. Het is niet ideaal, en dat gaat het ook niet worden als we online blijven.”

Daarom probeert ze te lobbyen voor meer vrijheden voor universiteiten na de zomer. “Behalve als er een tweede golf komt, kan het kabinet daar niet aan ontkomen. Men gooit steden grotendeels open, dan kan het niet zo zijn dat we geen college kunnen geven.” Letschert is blij met op handen zijnde versoepelingen – studenten mogen vanaf september weer in de spits reizen – en hoopt dat aanpassingen op de anderhalvemeter-regel volgen. “Ik hoop dat als we voldoende maatregelen nemen, we een krachtig pleidooi kunnen houden over het belang van on-site onderwijs voor de ontwikkeling van deze generatie. Het gaat niet alleen om studiepunten halen.” 

“Studenten willen nú iets van mij weten over september”


Dat is een breed gedeeld sentiment onder Nederlandse rectoren. Onlangs schreven ze een opinieartikel waarin ze opriepen zo snel mogelijk weer fysiek onderwijs te organiseren. Het lesmodel van de Universiteit Maastricht – werkcolleges in kleine groepjes waarbij de studenten het initiatief nemen – lijkt daarbij een voorbeeld voor andere universiteiten. “Het Maastrichtse model wordt soms genoemd door andere rectoren in het kader van corona. Grote hoorcolleges kunnen immers best online blijven, maar op de campus zou onderwijs veel meer in werkgroepvormen moeten. Ik hoor geen rector zeggen: ‘terug naar grote zalen!’”

Hoe en waar lessen wel te organiseren is de voornaamste vraag die medewerkers en studenten bezighoudt. De aanpak van het Nederlandse kabinet, waarbij per drie weken plannen werden gemaakt, helpt daarbij niet. Letschert: “Studenten willen nú iets van mij weten over volgend jaar. Onze sector werkt met cycli die beginnen in september, we plannen nu tot en met Kerst. We kunnen niet wachten tot drie weken voor september. Voor die tijd hebben we allang besloten, maar zonder alle belangen te kunnen meewegen.” Die situatie zou Letschert graag voorkomen. “Als wij nu al als universiteitsbestuurders beslissen dat we tot Kerst online gaan, betekent het dat studenten niet terugkomen naar Maastricht. De hele keten rondom de universiteit loopt dan schade op: de verhuurmarkt, horeca, winkels. Ik zou het verkeerd vinden als de universiteiten het eenzijdig zouden beslissen. Je moet dit op regionaal- en stadsniveau met elkaar overleggen.” 

Balanceeract
Het beeld is duidelijk: er moeten veel lastige besluiten worden genomen in korte tijd, en daarbij is leiderschap geboden. Letschert werd in 2019 verkozen tot topvrouw van het jaar, mede vanwege wat de jury omschreef als “authentiek leiderschap”. Zelf stelt ze dat goed luisteren het belangrijkst is. Maar kán je wel naar iedereen luisteren die nu iets te zeggen heeft? Zo startten studenten van de Universiteit Maastricht (UM) de afgelopen maanden alleen al drie petities. “Ik spreek met alle faculteiten en veel studenten”, aldus Letschert. Faculteiten hebben allemaal een andere cultuur en geen student is hetzelfde. De universiteit is een micro-samenleving. Als hoofdbestuur moeten we iedereen een beetje dezelfde kant op te krijgen.” 

“In een crisis kan je niet anders dan voortdurend belangen wegen”


Dat levert onherroepelijk kritiek op van een van de vele belanghebbenden.
“Momenteel krijg ik wat tegengas van docenten. Sommigen zeggen: jullie praten vooral over het belang van studenten, niet over de werkdruk van docenten.” Letschert kan zich daar wel in vinden. “Docenten waren al zwaar belast, en nu nog meer. Online onderwijs is een vak apart. Bovendien heeft niet iedereen een eigen werkkamer, mensen zitten op kinderkamers les te geven. Je bent altijd belangen aan het wegen, dat kan niet anders in een crisis.” Op de vraag of het wel eens frustrerend is, al die verschillende belangen, geeft Letschert resoluut antwoord. “Niet frustrerend, wel complex en leerzaam. Het is een balanceeract, die de ene keer uitvalt in het voordeel van studenten en de andere keer in het voordeel van docenten. Ik moet proberen dat met volledige transparantie en enig verstand te doen. Daar maak ik ook fouten in, we zijn geen robots.”

Naast alle acute corona-gerelateerde vraagstukken kijkt Letschert ook naar de langere termijn.  “De ambitie van dit land was altijd: meer hoger onderwijs. Overigens ben ik het daarmee oneens, we hebben praktisch opgeleiden net zo hard nodig. Maar de bekostiging blijft achter bij de ambitie. Het studentenaantal groeit, maar de bedragen per student worden lager. Op Europees niveau blijven we zo achter bij Scandinavië en Duitsland, en helemaal als we onszelf vergelijken met China. Onderzoeksmiddelen worden ingezet om het onderwijs te bekostigen. Dat gaat een keer fout, en het duurt decennia om je koploperspositie weer op te bouwen.” Letschert ziet een taak voor zich weggelegd om dat te voorkomen: “We moeten beter betogen dat universiteiten niet een school zijn zoals een middelbare school. We zijn de motor van de kenniseconomie, elke investering in hoger onderwijs betaalt zich uit.”  

De recente politieke discussies in Nederland over de internationalisering van het academisch onderwijs zijn wat Letschert betreft dan ook enigszins kortzichtig. Op de lange termijn moeten we buitenlandse studenten aantrekken gezien de demografische ontwikkelingen in Nederland. Als we nu de deur op slot zetten en nationalistische maatregelen doorvoeren, gooien we het kind met het badwater weg.” Een van de grote zorgen van de Universiteit is dat internationale studenten voorlopig überhaupt niet komen vanwege het coronavirus. “Ik hoop van wel, voorlopig zie ik nog geen teruggang in de aanmeldingen”, aldus Letschert. “Het kan dat ze niet durven te komen, dus we communiceren over de maatregelen die we nemen om voldoende waarborgen met betrekking tot de gezondheid in Maastricht te creëren. Zo voegen we mensen met expertise op fysieke gezondheid toe aan ons aanbod op het gebied van mentale gezondheid. Die mensen kunnen studenten doorgeleiden naar de juiste professionals. Zeker voor onze buitenlandse studenten is dat soms een zoektocht.”

Terwijl er zorg bestaat of de universiteit weer de fysieke deuren kan openen, opent de coronacrisis de deuren tot kennis in rap tempo. “Onderzoekers delen veel meer. Vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid zetten we allerlei competitie-achtige verschijnselen in ons systeem opeens opzij. Hoewel competitie niet per se slecht is, is die in het onderzoek doorgeschoten. Onderzoekers blijven lang op data zitten, dat is bizar. Dat zie je nu in vogelvlucht veranderen” De ontwikkeling sluit aan bij de plannen van de Europese Commissie: in meerjarenplan HorizonEurope werd €25,8 miljard gereserveerd voor open science. “Dit is absoluut het moment om door te pakken”, zegt Letschert. “Dit moeten we vasthouden en erkennen.” 

Rampjaar 2019/2020
Het academisch jaar 2019/2020 van de UM wordt gekenmerkt door crises. Eerst was daar de hack, waarbij de universiteit haar deuren en systemen sloot totdat ze de hackers losgeld betaalde. Daarna kwam de pandemie. Letschert: “Zowel de coronacrisis als de cyberattack hebben te maken met de identiteit van de universiteit. Je wilt studenten, collega’s, en alumni overal met open armen ontvangen: in de bieb, op de servers. Dat hoort bij een publieke instelling. Dat dat z’n grenzen heeft, hebben we keihard mogen ondervinden. We hebben die hackers betaald, anders hadden we niet zo snel weer open gekund. Het is duidelijk dat we ons beter moeten beschermen, zeker als we nu nog tijdenlang online blijven. Maar we ontkomen er niet aan om ook met financiers te praten. Er hangt namelijk een enorm prijskaartje aan die veiligheid, daar schrik je van. Dat mag niet ten koste gaan van onderwijs en onderzoek.”

“We blijken sneller te kunnen schakelen dan we ooit dachten”


De coronacrisis en de cyberhack roepen dan ook een fundamentele vraag op, volgens Letschert. “Er is fundamentele herbezinning nodig. Willen we dat de universiteit een open en publiek goed blijft? Ik zou dat zelf heel graag willen, maar ik word betaald met belastinggeld. Uiteindelijk is het een politieke keuze: heeft de samenleving het ervoor over?” Maar, haast de academica Letschert zich toe te voegen: “Ik hoop dat die politieke keuze wel evidence-based is.” 


En of de positieve veranderingen die de crises met zich meebrengen – flexibiliteit, innovatie, data delen – blijven? “Ik verwacht van wel, want bestuurders zullen zeggen: ‘het kon ook tijdens corona!’ Universiteiten zijn best conservatieve organisaties, we denken dat we alles moeten doordenken. ‘Dat is een cultuurverandering, dat duurt 10 jaar’, ik heb het allemaal gehoord. Maar het kan wél, we blijken sneller te kunnen schakelen dan we ooit dachten. Ikzelf ook. Ik was huiverig voor digitale tools en had nooit zo snel uit mezelf geleerd hoe ze effectief kunnen worden gebruikt. Nu móet je wel.” Dat blijkt: terwijl ze de laatste vraag beantwoordt, wordt Letschert gezoomd door de universiteitsraad, het vertegenwoordigingsorgaan van studenten. “Ik kom eraan, jongens, nog 1 minuut!”. 

Rianne Letschert was hoogleraar victimologie en internationaal recht voordat ze in 2016 rector magnificus van de Universiteit Maastricht werd. Sinds kort is Letschert ook voorzitter van een taskforce die de gevolgen van de coronacrisis in Limburg in kaart brengt. 

Dit is het vierde deel van onze serie interviews met experts over Europese actualiteiten. Voorlopig staan de gesprekken grotendeels in het teken van Europese antwoorden op de COVID-19 crisis. Lees hier het eerste deel, waarin Mathieu Segers stelt dat de geloofwaardigheid van de Europese samenwerking op het spel staat. In deel twee bespreekt Peter Schröder-Bäck hoe lastig het nu is ethisch verantwoord beleid te maken. In deel drie behandelt Clemens Kool de toekomst van de Eurozone.

Leave a Reply