Expert Interview: Peter Schröder-Bäck over de uitdagingen van ethisch coronabeleid in Europa

Hoe te kiezen tussen een lockdown of weinig beperkingen? En tussen het behandelen van een oude of een jonge patiënt? Het zijn vragen die nu door ieders hoofd spoken, maar waar weinigen voor de corona-pandemie bij stilstonden. Universitair hoofddocent Peter Schröder-Bäck is een uitzondering, want hij denkt er al zijn hele carrière over na. Hij onderzocht de gevolgen van de Europese schuldencrisis op onze gezondheid en geeft Europese beleidsmakers nu advies over ethisch handelen in onzekere tijden. Studio Europa Maastricht sprak met hem – op veilige afstand. 

Je hebt onderzocht hoe economische crises in Europa onze gezondheid beïnvloeden. Wat is de belangrijkste conclusie?
Aanvankelijk dachten wetenschappers: hoe rijker het land, hoe gezonder de inwoners en hoe beter het land reageert op gezondheidscrises. Het wordt nu duidelijk dat de verdeling van rijkdom belangrijker is dan de totale rijkdom. Gezondheidswetenschappers zien een sterk verband tussen armoede en ziekte. Als je arm wordt, word je ziek. Als je ziek wordt, word je armer. Het is een neerwaartse spiraal.

Betekent dit dat corona niet iedereen raakt?
Ja. Eerst beweerden sommigen dat deze crisis iedereen evenveel treft. Er is steeds meer bewijs dat dat niet klopt. Kijk naar de Verenigde Staten, een land met de beste zorginstellingen ter wereld. In New York City zien we dat zwarte Amerikanen harder worden getroffen dan anderen. De kans dat je het virus oploopt, hangt niet alleen samen met of je voor anderen zorgt die mogelijk besmet zijn. In het Verenigd Koninkrijk raken buschauffeurs bijvoorbeeld bijzonder vaak besmet. Of mensen zichzelf kunnen beschermen hangt af van zaken als sociale status en arbeidsomstandigheden. Een betere sociale status en wat we ‘gezondheidsgeletterdheid’ noemen – de kennis en kunde om gezonde keuzes te maken – leiden tot een betere gezondheid.

 “We worden graag gelijk behandeld, zelfs als dat onlogisch is” 


Ook binnen de Europese Unie zien we grote verschillen. Zo lopen de reacties van lidstaten op het virus sterk uiteen. Hoe is dit te verklaren?
In eerste plaats door de culturele verschillen. Ik ben Duits en heb een Zweedse partner. Vergeleken met andere landen hebben de Zweden van oudsher meer vertrouwen in de staat en vertonen ze snel verantwoord gedrag wanneer nodig. Een andere belangrijke factor is het niveau van decentralisatie in een land, de mate waarin regio’s en gemeenten bevoegdheden hebben om gezondheidszorg te organiseren. Het idee is dat je in kleinere eenheden het beleid kunt aanpassen aan de demografische en epidemiologische situatie in dat gebied. Dit idee is dominant in Duitsland, Frankrijk en Spanje. Decentralisatie is logisch vanuit wetenschappelijk oogpunt, maar het is ook verwarrend. Mensen denken ‘hier om de hoek mogen ze naar buiten, terwijl wij thuiszitten!’. Het veroorzaakt afgunst en verwarring. We worden nu eenmaal graag gelijk behandeld, zelfs als dat onlogisch is.

 “De opkomst van complottheorieën beangstigt me”


Hoe moeten regeringen omgaan met die verwarring?
Het belangrijkst is transparant zijn over waarom je de maatregelen neemt die je neemt. Dat schept vertrouwen. We zijn immers meer geneigd om iets te doen als we weten waarom dat zou moeten, in theorie althans. 

Dat klinkt alsof je twijfelt. Werkt deze theorie in de praktijk niet?
Als je me dat vorige week had gevraagd, had ik gezegd dat het wel degelijk werkt. Maar de afgelopen dagen zie ik veel complottheorieën opkomen, zoals het idee dat Bill Gates via corona-vaccinaties mini-computers wil inbrengen om iedereen te volgen. Het beangstigt me. Ik weet niet meer zeker of ik in menselijke rationaliteit geloof.  

“Een goede democratie moet bestand zijn tegen onzekerheid” 


Is het mogelijk dat complottheorieën populairder worden omdat regeringen van de lidstaten niet transparant genoeg zijn?
In de meeste lidstaten proberen politici en beleidsmakers uit te leggen wat de wetenschappelijke inzichten over het virus betekenen. Europese leiders, zoals Commissievoorzitter Ursula von der Leyen, doen dat ook. Het probleem is dat we simpelweg te weinig weten. De ene wetenschapper zegt A, de ander zegt B. Ik denk dat dát mensen verwart en richting complottheorieën drijft, want dan ontstaat het beeld dat wetenschappers en politici niet weten waar ze mee bezig zijn. Dat is niet waar, men is simpelweg continu nieuwe kennis over het virus aan het vergaren. Ik geloof dat de meeste politici hun best doen, maar ze moeten opboksen tegen veel onzekerheid. De situatie is dusdanig complex dat er geen makkelijke antwoorden zijn. Populisten willen die wel. Dan krijg je zo’n theorie over Bill Gates. 

Hebben politici een alternatief voor de onbevredigende boodschap ‘we doen ons best, maar we weten niet zeker of ons beleid werkt’?
Alles achter gesloten deuren afhandelen. Dat is geen echt alternatief. Misschien zouden mensen gelukkiger zijn als ze niet alles zouden meekrijgen, maar het zou verkeerd zijn. Een goede democratie moet bestand zijn tegen onzekerheid.

Hoe maak je de juiste beleidskeuzes als er zoveel onzekerheid is?
Dat is de million dollar question! We moeten handelen. Niet handelen is ook een keuze, maar waarschijnlijk de slechtste. Ik werkte vroeger voor een volksgezondheidsinstituut in Noordrijn-Westfalen. Destijds waren we bang voor vogelgriep. De plaatselijke staatssecretaris van Volksgezondheid bereidde zich goed voor en kocht voldoende medicijnen voor iedereen in de regio. Wat bleek: de vogelgriep kwam niet naar Noordrijn-Westfalen. Maakte hij de juiste keuze? Ik denk van wel, maar je kunt het tegendeel beweren. Dat geld had immers elders kunnen worden besteed! Over twee jaar kunnen we terugkijken op Zweden en concluderen dat ze de juiste aanpak kozen. Of we concluderen dat ze het helemaal mis hadden. Hoe dan ook, we kunnen alleen achteraf volledig oordelen. Als we naar de toekomst kijken, doen we dat op basis van onzekerheid.

Je bent gespecialiseerd in de ethiek van gezondheidsbeleid. Hoe kan ethiek Europese politici helpen te kiezen tussen bijvoorbeeld een lockdown en geen restricties?
Allereerst is het goed om op te merken dat de huidige vraagstukken vergelijkbaar zijn met andere beleidskeuzes. Als een overheid bijvoorbeeld nadenkt over het verbieden van sigaretten in bars maakt ze ook een afweging tussen volksgezondheid en andere belangen. Mijn persoonlijke definitie van ethiek is: adviseren over de criteria die worden gebruikt om zulke beslissingen te nemen. Een ethicus moet bijvoorbeeld vragen wat het betekent als iemand claimt dat iedereen met het coronavirus moet worden behandeld, ongeacht leeftijd, omdat gelijkheid belangrijk is. Het is een hele opgave om te laten zien welke waarden op het spel staan. Maar ethici kunnen niet beslissen wat de juiste keuzes zijn. Er is geen algoritme voor goed of fout.

In 2008 stelden Europese leiders gedeelde waarden op het gebied van gezondheid op, waaronder solidariteit. Helpen die waarden de EU gezamenlijk coronabeleid te ontwikkelen?
Dat deze waarden expliciet op papier staan, is een geweldige prestatie, maar ze zijn van toepassing op nationale gezondheidszorgsystemen. Ze betekenen ‘luister, elk gezondheidszorgsysteem binnen de EU moet solidair en rechtvaardig zijn’. Deze waarden zeggen niet: iemand in Roemenië moet dezelfde toegang tot de Nederlandse zorg hebben als een Nederlander. Dat komt doordat gezondheidszorg niet tot de bevoegdheden van de EU behoort. In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd dat gezondheidszorg een nationale aangelegenheid blijft, omdat lidstaten dat zo wilden.

“Gezien de diversiteit in de Europese Unie is het onmogelijk één gemeenschappelijk antwoord op de pandemie te verwachten” 


Leert het coronavirus ons dat de Europese Unie te weinig bevoegdheden heeft op het gebied van gezondheid?
Sommigen zeggen nu ‘verander het Verdrag! Geef de EU meer competenties!’. Ik ben voor, maar het is bijna een automatische reactie: er zijn problemen waar nationale politici niet de schuld van willen krijgen, dus moet de EU ze oplossen. Ik ben benieuwd hoelang deze steun voor verdere integratie standhoudt. Het nationalisme en het gebrek aan solidariteit die we in het begin van de crisis zagen, kunnen zomaar weer de overhand krijgen.

Wat had de Europese Unie anders kunnen doen aan het begin van de crisis?
In het begin van de crisis was er niet veel solidariteit tussen lidstaten. Het duurde lang voordat ze zorgpersoneel naar andere lidstaten stuurden en buitenlandse patiënten opnamen. Te lang. Zo’n gebrek aan solidariteit is moreel verwerpelijk, vind ik. Aan de andere kant werkte het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en respons van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding goed. Alle lidstaten werden tijdig geïnformeerd. Maar gezien de diversiteit in de EU is het simpelweg onmogelijk één gemeenschappelijk Europees antwoord te verwachten. De EU heeft een andere, zeer belangrijke rol: de inspanningen van de lidstaten stimuleren en coördineren, bijvoorbeeld waar het gaat om het produceren of kopen van vaccins. Daar heeft de Europese Commissie al 7,4 miljard voor opzij gezet. Ik werk nu aan een advies over de vraag: hoe kunnen we die vaccins rechtvaardig verdelen als we niet genoeg hebben voor iedereen? 

Peter Schröder-Bäck is universitair hoofddocent Internationale Gezondheidswetenschappen aan de Universiteit van Maastricht. Hij onderzoekt de ethische vragen omtrent gezondheidsbeleid.

Dit is het tweede deel van onze serie interviews met experts over Europese actualiteiten. Voorlopig staan de gesprekken grotendeels in het teken van Europese antwoorden op de COVID-19 crisis. Lees hier het eerste deel, waarin Mathieu Segers stelt dat de geloofwaardigheid van de Europese samenwerking op het spel staat.

Leave a Reply